Het Unieke > Ontmoetingsplaats

Kombi als ontmoetingsplaats

Vanaf het ontstaan heeft Kombi zich beziggehouden met de dialoog en ontmoeting tussen mensen, die kind waren in of na de Tweede Wereldoorlog, ongeacht de achtergrond en/of keuzes van hun (groot-)ouders.
Vanaf het eerste weekend bleek dat het echt mogelijk was vertegenwoordigers van de verschillende achtergronden met elkaar in gesprek te brengen, waardoor er meer begrip ontstond voor elkaars ervaringen.


Verschillende achtergronden bij elkaar

Menigeen was van oordeel dat wat Kombi nastreefde eigenlijk niet kon. Hetzij vanwege loyaliteit ten opzichte van degenen die teveel geleden hadden, hetzij vanwege (teveel) loyaliteit met de eigen (groot-)ouders en eigen achtergrond. En het moet gezegd: het is niet altijd even eenvoudig mensen met zo verschillende achtergrond in een gezamenlijke praatgroep bijeen te hebben. Daar zijn zeker bepaalde voorwaarden en beperkingen aan verbonden, zowel voor de deelnemers, als voor de begeleiders en de werkwijze.
Essentieel is gebleken dat er een gevoel van voldoende vertrouwen en veiligheid ontstaat en in stand wordt gehouden. Voor velen geldt, dat men voor het eerst met mensen met een andere achtergrond in gesprek komt.

Confrontaties

Een van de vaste onderdelen is het vrij uitvoerig vertellen van de eigen ervaringen als kind van de oorlog.
Bij een gemengde groep "kinderen van de oorlog" kunnen gemakkelijk basale angsten en wantrouwen ten opzichte van elkaar een rol spelen. Men kan geconfronteerd worden met eigen en andermans "vijand"-denken, veroorzaakt door bijvoorbeeld verkeerde beeldvorming, mythes en doorgegeven en geïnternaliseerde (voor-)oordelen ten opzichte van de eigen achtergrond en van elkaar. Of door (nog) niet verwerkt verdriet, pijn, angst, nauwelijks te verwerken verlies en ervaringen.
Hierdoor kunnen filters en blinde vlekken ontstaan voor wat de ander zegt of bedoelt. En "hoort" men wat men vreest.

Een van de angsten van "kinderen" van politiek foute ouders is bijvoorbeeld de ervaring dat zij kunnen worden gezien als verlengstuk van de daders. Dat zij hun woorden op een weegschaaltje moeten wegen en steeds opnieuw zullen moeten uitleggen dat zij geen dader zijn. Dat zij zoveel begrip moeten tonen voor het lijden van de vervolgden, dat ze niet hun eigen verhaal zullen kunnen vertellen.
Zij hebben vaak het gevoel dat ze weinig relativerends over hun (groot)-ouders mogen zeggen, want dan kunnen ze het beeld bevestigen dat zij "net zo" zijn, of dat ze op z'n minst de keus van hun ouders willen goedpraten.

Bij de "kinderen" van de goede kant kan de angst bestaan dat de kinderen van de foute kant niet te vertrouwen zijn en geen begrip zullen hebben voor hun ervaringen. Misschien speelt zelfs de angst mee "waar men mee omgaat, wordt men door besmet".
Voor de "kinderen" uit voormalig Indië kan de ervaring meespelen dat er geen gehoor voor hun verhaal zal zijn, want zij hadden het daar toch zo lekker warm. En de naoorlogse generatie heeft vaak het gevoel al helemaal "geen recht van spreken" te hebben en het "goed" te moeten maken of doen.

Herkenning en erkenning

Een belangrijk element in het ontstaan van de band tussen de deelnemers is dat men elkaar herkenning en erkenning geeft, dat men als kind machteloos was en geconfronteerd werd met (soms zeer) ingrijpende ervaringen. Men vindt elkaar op grond van het feit dat men kind was en als kind niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor de keuzes en daden of het lot van de (groot-)ouders en eigen achtergrondgroep.

Het vertellen van de levensverhalen en het (h)erkennen van de overeenkomsten zorgen voor het gevoel lotgenoot te zijn. Men leert overeenkomsten en verschillen te zien in de diverse ervaringen en de gevolgen daarvan. Door de ontmoeting en confrontatie met vertegenwoordigers van andere achtergronden en/of andere generaties kan men meer
(in-)zicht krijgen in eigen leed en het lijden van mensen met andere ervaringen.

Men kan leren (h)erkennen dat de oorsprong en oorzaken weliswaar verschillen, maar dat de gevolgen overeenkomsten kunnen hebben. Men herkent bijvoorbeeld het gevoel van eenzaamheid of verlatenheid, de angst, het wantrouwen, het geheim, het niet gehoord of erkend zijn als "kind van". Juist door het gesprek met de verschillende achtergronden kan men leren eigen woorden te geven aan ervaringen en gevoelens en het ongezegde te verwoorden. Hierdoor kan worden voorkomen dat te snel wordt ingevuld wat de ander denkt of voelt.

Grotere verbanden en meer begrip

Door het eigen verhaal en dat van de anderen in een groter verband van de oorlog te plaatsen, kan men eigen normen en waarden ten opzichte van elkaar ontwikkelen. Men kan de verbijzondering van het eigen leed en het leed van de eigen achtergrondgroep iets meer gaan relativeren.
Er kan gemakkelijker worden voorkomen dat men de eigen groep als enig slachtoffer ziet, zonder de gebeurtenissen uit het verleden van de eigen groep te ontkennen of ontkrachten.
Er wordt naar gestreefd de hiërarchie van het leed te doorbreken door ieders ervaring te erkennen, zonder te vergelijken of te oordelen.

Het werken met vertegenwoordigers van de diverse achtergronden geeft ruimte voor het groeien van begrip, onderling vertrouwen en persoonlijke groei en integratie. Men leert elkaar als mensen met een eigen verhaal te zien. Men leert elkaar als individu achter de schaduw van de ouders en de oorlog te zien. De ander krijgt een eigen gezicht.

Van lotgenoten naar bondgenoten

Door de verschillen (én overeenkomsten) te leren zien, kan men "bondgenoot" van elkaar worden.
Bondgenootschap is een bewuste keus van een volwassene die afstand heeft gedaan van haar of zijn gevoel van machteloosheid van wat hem of haar destijds als kind is overkomen en wat tot nog toe steeds doorwerkte.
Men heeft kunnen ontdekken dat men in het heden niet meer het machteloze "slachtoffer" hoeft te blijven, maar nieuwe wegen kan zoeken om de gevolgen van de oorlog te overwinnen en op een andere manier te integreren. De ontmoeting, dialoog en confrontatie met de ander kan een belangrijke voorwaarde zijn om te komen tot meer inzicht in het eigen verleden en dat verleden een andere plaats te geven.

Op de grens van uitdaging en veiligheid ligt de mogelijkheid tot verandering en groei.
Een begeleider van KOMBI-praatgroepen kan pas functioneren als deze zelf een bovenstaand proces heeft doorgemaakt en de gevoelige plekken van zichzelf en de andere achtergronden kent, (h)erkent en bespreekbaar kan maken of tijdig weet te verwoorden en ondersteunen. Om die reden zijn er altijd twee begeleiders met een verschillende achtergrond betrokken bij een praatgroep. Op die manier kan een basis voor voldoende veiligheid en vertrouwen worden gelegd.

Cisca Israel