Onderzoek

Waarin is Kombi Uniek? Een onderzoek.

In 2005 besloot het bestuur van Kombi om in boekvorm vast te leggen welke activiteiten Kombi vanaf haar oprichting in 1990 had georganiseerd en hoe de deelnemers aan de diverse initiatieven deze ervaren hadden. De ‘erfenis van Kombi’ moest worden vastgelegd voor het nageslacht.
Daarnaast wilde men het specifieke van Kombi, de ‘meerwaarde’ van de gemengde aanpak vastleggen. Aan onderzoekster Petra Aarts werd de opdracht gegeven om via een enquête en interviews gegevens hierover te verzamelen. Zij moest vanwege gezondheidsproblemen het onderzoek overdragen aan Gonda Scheffel-Baars. In januari 2007 verscheen het resultaat van het onderzoek: ‘Dialoog als handreiking, rapport over de ervaringsdeskundigheid van Kombi’.

Twee hoofdstukken zijn gewijd aan de eigenlijke erfenis. In hoofdstuk 1 worden de doelstellingen en missie van Kombi beschreven. Het begrip bondgenootschap speelt daarin een grote rol, omdat de vrouwen, die elkaar in 1988 voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis als kinderen met verschillende oorlogsachtergronden ontmoetten, een taboe doorbraken door elkaar de hand te reiken over de kloven heen die door geschiedenis en politiek waren ontstaan.
In hoofdstuk 4 wordt uitgebreid verslag gedaan van de organisatorische en inhoudelijke aspecten van de praatgroepen en weekends.

In drie hoofdstukken wordt de ‘meerwaarde’ van Kombi belicht.
De term ‘meerwaarde’ suggereert de mogelijkheid tot vergelijking. Niet voor alle leden van Kombi die aan de enquête deelnamen, was vergelijking met een groep van hun eigen achtergrond mogelijk. Voor sommige groepen bestaan immers geen specifieke organisaties, zoals voor kinderen van dwangarbeiders of burgeroorlogslachtoffers. Sommige mensen gaven er de voorkeur aan om zich niet eerst bij hun ‘eigen’ groep, maar meteen bij Kombi aan te melden. Degenen die wel konden vergelijken, deden dat uiteraard op een subjectieve wijze en dat is legitiem.
Vergelijking van de ‘resultaten’ van Kombi met die van zelfhulpgroepen in het algemeen was tot op zekere hoogte mogelijk, evenals met die van enkele internationale organisaties die door een gemengde aanpak gekenmerkt worden.
De enquête komt in hoofdstuk 5 ter sprake, over zelfhulp in het algemeen wordt in hoofdstuk 3 gesproken, terwijl in hoofdstuk 6 Kombi in internationaal perspectief wordt geplaatst.

In hoofdstuk 2 worden deskundigen aan het woord gelaten over de problematiek van kinderen van de oorlog in het algemeen en over trauma en verwerking, en wordt ook vermeld wat door Kombianen als eigen problematiek naar voren gebracht is.

De ‘erfenis’

Het zwaartepunt van de activiteiten van Kombi heeft vele jaren gelegen in de praatgroepen en de weekends. Dáár vond de ontmoeting plaats tussen mensen uit de verschillende achtergrondgroepen. De interesse voor deze bijeenkomsten is de laatste jaren teruggelopen, maar het is nog steeds mogelijk om bij voldoende aantal deelnemers een praatgroep te starten.

Met aspirant-deelnemers aan een praatgroep of een weekend wordt eerst – meestal telefonisch - een intakegesprek gevoerd, waarbij de begeleider informatie verschaft die de aspirant-deelnemer een beeld geeft van wat hij/zij verwachten kan. Op de infodag is er een tweede mogelijkheid om met elkaar af te tasten of deelname aan een praatgroep zinvol kan zijn. Van deelnemers wordt verwacht dat ze bereid zijn de anderen met een open houding tegemoet te treden.

De begeleiders zijn lotgenoten. Kombi is een zelfhulporganisatie, er wordt geen therapie geboden, al hebben sommige begeleiders een professionele vorming op het gebied van hulpverlening en hebben de anderen trainingen bezocht om hun deskundigheid voor groepsbegeleiding te vergroten. Per praatgroep zijn bij voorkeur twee begeleiders: zowel voor een goede taakverdeling als voor de mogelijkheid, dat een van hen op een bepaald moment even alleen maar lotgenoot kan zijn en de begeleiding aan de ander moet overlaten.

De groep maakt aan het begin met elkaar zakelijke afspraken over bijvoorbeeld afmelding bij ziekte en de verplichting om niet zonder geldige reden afwezig te zijn. Daarnaast worden er regels opgesteld voor het goed functioneren van de groep, bijvoorbeeld over elkaar niet in de rede vallen en niet teveel tijd voor jezelf claimen.

Heel ingrijpende belevenissen uit je leven vertellen kan alleen in een sfeer van veiligheid. De begeleiders proberen deze te scheppen door o. a. door de groepsregels met elkaar af te spreken, door duidelijkheid te geven over de gang van zaken tijdens de gesprekken en de mogelijkheid om wensen of bezwaren naar voren te brengen. Dat doen ze ook door hun eigen verhaal te vertellen en daarbij hun eigen kwetsbaarheid te tonen.
Een van de redenen om naar een praatgroep van Kombi te komen is om in de ontmoeting met mensen van een andere achtergrondgroep eigen wantrouwen, vooroordelen en angsten onder ogen te zien en die van de anderen te verdragen. Met andere woorden, in het ‘programma’ van Kombi zit per definitie een stuk onveiligheid, dat echter de mogelijkheid biedt wantrouwen te overwinnen en vooroordelen af te bouwen, de onveiligheid om te zetten in veiligheid.
Vooroordelen zijn meestal aan groepen verbonden, niet aan individuen. Omdat in de gesprekken het kind dat door de oorlog leed ervaren heeft en beschadigd is centraal staat, is het niet zo moeilijk zich met dat kind te identificeren, waardoor het minder belangrijk wordt tot welke achtergrondgroep het behoort.

Elke achtergrondgroep heeft zijn eigen gevoeligheden - neem woorden als selectie, transport, maar ook een kledingstuk als een Japanse kimono - en het is belangrijk dat de begeleiders dit aan de deelnemers duidelijk maken. Als de groepsleden zich met elkaar bewust zijn van gevoeligheden, kunnen confrontaties voorkomen worden als er onverwacht toch een bepaald woord gebruikt wordt of iets verteld wordt wat mensen van een bepaalde achtergrondgroep extra raakt.

De z.g. ‘hiërarchie van het leed’ kan een valkuil zijn, maar is ook een mogelijkheid om realistisch te kijken naar wat er gebeurd is. Ieders pijn en verdriet is legitiem en dient gerespecteerd te worden: daarbij kan geen sprake zijn van meer of minder. Maar objectief kan wel gezegd worden dat iemand die op een groot aantal onderduikadressen is geweest, meer heeft meegemaakt dan iemand die op een enkel adres was.

Niet voor iedereen is een praatgroep van Kombi de aangewezen manier om met de problematiek in het reine te komen. Voor sommigen is zelfhulp niet voldoende en is professionele hulp nodig. Anderen voelen zich in een groep niet voldoende geaccepteerd of kunnen niet ontvangen wat ze voor hun verwerking nodig hebben. Het is voor deelnemers niet makkelijk om af te haken en ook voor de begeleiders en de andere deelnemers is het vertrek van een groepslid niet eenvoudig.

Het verschil tussen de weekends en de praatgroepen kan het beste weergegeven worden door de termen ‘fast cooking’ en ‘slow cooking’. Tijdens een weekend gaat het proces van ontmoeten, confronteren en verwerken in een hoger tempo dan in de praatgroepen. Er is geen tijd om alle levensverhalen te beluisteren, daarom wordt er veel met thema’s gewerkt.

De ‘meerwaarde’

De antwoorden op de enquête geven een beeld van de subjectieve beleving van de respondenten. Meerwaarde is door hen vooral opgevat in de zin van persoonlijke groei op psychologisch, sociaal, ethisch of moreel gebied.
Voor driekwart van hen was de gemengde aanpak de belangrijkste reden om aan activiteiten van Kombi deel te nemen. Voor de anderen was die gemengde aanpak niet de hoofdreden; die bleek voor hun persoonlijke ontwikkeling echter wel erg belangrijk geweest te zijn.

Als positieve effecten van de ontmoeting met kinderen van de oorlog uit andere achtergrondsgroepen zijn o.a. genoemd:
-onderlinge herkenning en acceptatie
-het overstijgen van de eigen categorale problemen en elkaar vinden onder een gemeenschappelijke noemer
-het vergroten van het inzicht in de invloed van de oorlog op de eigen ontwikkeling en op die van mensen in het algemeen
-het leren relativeren en nuanceren, waardoor de ‘hiërarchie’ van het leed geen kans kreeg verdeeldheid aan te brengen
-het afrekenen met vooroordelen, wantrouwen of angst

Het groepsproces leverde positieve effecten op als respect, herkenning, acceptatie en geborgenheid.
Sommige respondenten wezen op de maatschappelijke relevantie van de dialoog en zien die als een inzetbaar model in soortgelijke situaties elders of in de toekomst.
Enkelen noemden met name effecten op het morele vlak: het leren relativeren van de scheiding tussen goed en fout of het ontdekken van de beide categorieën in zichzelf.

Zelfhulp, binnen en buiten Kombi

Zelfhulp wordt door lotgenoten gegeven en gaat uit van de ‘ervaringsdeskundigheid’ van de deelnemers aan een praatgroep. De begeleiders zijn ook lotgenoten, de relatie tussen begeleiders en deelnemers is er een van gelijkwaardigheid. In de groep kan iedereen zowel de helper als de geholpene zijn. Deelnemers aan de praatgroep zijn verantwoordelijk voor hun eigen veranderingsproces.

Als effecten van zelfhulp kunnen genoemd worden: herkenning en daardoor erkenning van gemeenschappelijke en soortgelijke ervaringen van de lotgenoten en daardoor het besef: ik ben niet de enige met dit probleem, ik ben niet abnormaal.
Daardoor herstelt het zelfvertrouwen zich en neemt het gevoel van eigenwaarde toe. Erkenning van het probleem kan leiden tot het inzicht niet schuldig te zijn aan of verantwoordelijk te zijn voor de ontstane problematiek en maakt het aanpakken van oude schuld- en schaamtegevoelens mogelijk.
Door aan de groep deel te nemen wordt het isolement doorbroken en het toegenomen gevoel van eigenwaarde nodigt uit de sociale contacten uit te breiden, ook buiten de praatgroep.
Door het vertellen van het eigen verhaal wordt het zwijgen doorbroken en daardoor ook het telkens weer herbeleven van de traumatische ervaringen. Door te vertellen en door te luisteren naar de verhalen van anderen met soortgelijke ervaringen kan er een samenhangende biografie worden opgesteld. Het eigen verhaal kan in een betekeniskader, in een historische, culturele en sociale context geplaatst worden.
Het delen van gevoelens waarover uit angst of schaamte gezwegen is, werkt zeer bevrijdend.
Als een van de mogelijk negatieve effecten van zelfhulp wordt soms genoemd dat deelnemers kunnen blijven hangen in een slachtofferrol.

Kombi onderscheidt zich van zelfhulp in het algemeen of van de categorale groepen van kinderen van de oorlog op de volgende punten:
-Kombi biedt, anders dan de categorale groepen, de mogelijkheid om thema’s als wantrouwen, vooroordelen en angst samen met de ‘gevreesde anderen’ aan te pakken.
-Mensen die aan praatgroepen of weekends van Kombi deelnemen lopen het risico dat hun omgeving hun dat zeer kwalijk neemt, omdat het taboe van de scheiding tussen ‘goed’ en ‘fout’ wordt doorbroken. Dat zij dit risico nemen maakt hen verschillend van de doorsnee- deelnemer aan een zelfhulpgroep.
-Herkenning van elkaars problemen heeft vanwege dat maatschappelijke aspect ook een grotere lading dan in een doorsnee-praatgroep. Herkenning binnen Kombi wordt vaak ervaren als een plaatsvervangende erkenning door de samenleving zolang de maatschappij als geheel nog niet tot die erkenning in staat is.
-Vanwege de heterogeniteit lopen de deelnemers aan activiteiten van Kombi minder risico om in zelfmedelijden te blijven steken, omdat er naast de overeenkomsten ook duidelijke verschillen zijn. Bovendien vereist het aanpakken van vooroordelen en angst een actieve inzet van alle deelnemers.
-De zelfhulp die Kombi biedt is in sommige gevallen effectiever gebleken dan de professionele hulp die deelnemers ontvingen. In andere gevallen bood Kombi aanvullende hulp.

Internationale ‘gemengde’ groepen en Kombi

Bij TRT (To Reflect and Trust) en AE (Austrian Encounter) gaat het om een klein aantal leden (15-25), bij One by One zijn meer mensen betrokken (200-300) en bij Kombi de meesten (500-600).

De kortere afstanden in Nederland maken het mogelijk op regelmatige tijden bijeenkomsten te houden. In dat opzicht is Kombi de enige ‘echte’ zelfhulporganisatie, die ook, in tegenstelling tot de andere organisaties, gebruik maakt van een team van getrainde groepsbegeleiders, die door intervisie en supervisie bij het uitvoeren van hun taak ondersteund worden.
Problemen van taal- en cultuurverschillen doen zich bij Kombi niet of nauwelijks voor, terwijl dat bij de internationale organisaties soms wel het geval is.
Het grootste verschil ligt echter in de achtergrondgroepen die bij de diverse organisaties betrokken zijn. Bij TRT, AE en One by One is de ontmoeting toegespitst op de historisch bepaalde scheiding tussen nakomelingen van slachtoffers van het naziregime en nakomelingen van de daders. De dialoog wordt ingezet als middel om de door een conflictsituatie gegroeide tegenstelling op te heffen.

Bij Kombi wordt de scheiding tussen de kinderen van de bekende groepen slachtoffers en die van politiek foute ouders opgeheven. De aanwezigheid van o.a. de kinderen uit de Japanse bezetting, de kinderen van dwangarbeiders of van burgeroorlogslachtoffers leidt de aandacht vanaf het begin ook naar het kind dat op een andere wijze slachtoffer werd van de oorlog.
De boodschap van Kombi is niet alleen dat tegenstellingen overwonnen kunnen worden, maar ook dat oorlog kinderen hun kindertijd en jeugd ontneemt. Kombi doet daarom een beroep op overheden en maatschappelijke groeperingen om zich in te zetten voor de vrede.